Na de dood van haar ouders gaat de tienjarige Bregtje naar het huishouden van haar oom Frederik Ruysch (1638-1731), een bekend wetenschapper; beroemd vanwege zijn unieke methode om mens en dier na hun dood te conserveren.
Duistere figuren proberen van Bregtje hulp af te dwingen om de geheimen van haar oom te weten te komen.
Een tweede verhaal, over een leeftijdgenoot van Bregtje, speelt in de tegenwoordige tijd.