Jan de Brasser groeit op in de drogisterij van zijn oom in Amsterdam; zijn vader is spoorloos verdwenen. Op straat ziet hij overal handel om zich heen.
Als volwassene gaat hij als soldaat mee op een handelsreis naar het Verre Oosten. Hij komt in Indonesië, handelt, begint een plantage en handelt nog meer. Hij maakt genoeg fortuin om als welgesteld mens na 25 jaar terug te keren.
Geeft een goed beeld van het leven in de kolonie waar de VOC met alle middelen het monopolie op de handel tracht af te dwingen. Er is voortdurend strijd met buitenlanders (vooral Engelsen en Portugezen), maar ook met de eigen medewerkers en de autochtone bevolking.
Bijzonderheden:
Heruitgegeven in de omnibus De zeeromans van Arthur van Schendel, 1977