Hélène erft een omvangrijk vermogen van haar vader Pieter van Breda. Zij breidt zijn handelsimperium verder uit. De reizen gaan naar Goudkust, Nieuw-Amsterdam en de Banda Eilanden. Diverse familieleden zijn betrokken, ook enkele de Engelse neven en nichten.
Omdat ze toevallig een complot op het leven van Prins Maurits ontdekt, maakt ze kennis met de stadhouder.