Mirjam Sarphati woont in Lissabon onder een andere naam die moet verhullen dat ze joods is. Alle joden worden vervolgd.
Een rijke koopman uit Alkmaar nodigt de vader van Mirjam met zijn gezin uit naar Nederland te komen. Daar kunnen ze zichzelf zijn. De ouders weigeren; Mirjam gaat.
Op tien mei 1604 beslist de vroedschap van Alkmaar dat de joden volledige vrijheid van vestiging en godsdienst beoefening krijgen. Als eerste gemeente in Nederland.
Een verre nakomeling van Mirjam die zelf ook gevolgen ondervindt van jodenvervolging, achterhaalt haar geschiedenis.