De vijftienjarige Wiard werkt als staljongen op kasteel de Nuwendoorn.
Op een dag vergezelt hij de slotbewaarder naar de stad om geld op te halen. Als de man wordt vermoord, krijgt Wiard de schuld.
In de gevangenis ontmoet hij iemand die hem vertelt dat er in Friesland iemand is die sprekend op zijn moeder lijkt. Wiard gaat op zoek.