De zestienjarige Leon is geboren zonder benen. Zijn moeder houdt hem thuis; niemand mag hem zien. Zijn moeder merkt niet dat hij de stad leert kennen over de daken.
Als zij sterft, verkoopt zijn oom hem aan een kermisgezelschap. Zijn makkers zijn een Siamese tweeling, een vrouw van vijfhonderd kilo, een dwerg en een meisje met een baard.
Ze raken betrokken bij de opstand tegen de Nederlandse koning Willem I.