
Als de rijke handelaar en edelman Anselm Adornes in 1469 op bedevaart wil gaan, laat hij zijn drie oudste dochters onder brengen in een klooster. Voor hun eigen veiligheid, want jonge vrouwen zijn niet veilig zonder vader in huis.
Ze worden in drie verschillende kloosters ondergebracht. Mede gebaseerd op hun eigen voorkeur. De jongste, elfjarige Lowyse, gaat naar Sint-Trudo. Meer dan honderd mensen wonen en werken op de boerderijen, de kaarsenmakerij, de brouwerij en in het scriptorium.
De nonnen wonen in het klooster waar niet gesproken mag worden. De meisjes hebben hun eigen leefruimte en krijgen onderwijs. Regelmatig is er het schuldkapittel. Een bijeenkomst waarin iedereen publiekelijk haar zonden met opbiechten. De abdis legt de regels uit:
“ Hoe elke leerling zich om de beurt voor het kruisbeeld moet neerwerpen, bij een teken van de abdis weer opstaan en haar tekortkomingen vertellen. Hoe, wanneer ze allemaal aan de beurt zijn geweest, er nog een tweede ronde volgt waarin de leerlingen elkaar kunnen beschuldigen als ze vinden dat iemand niet eerlijk is geweest. Hoe iedereen in eigen hart moet kijken en opricht moet zijn ten opzicht van God, want dat valse beschuldigingen zwaar zullen worden gestraft. En hoe, als ze eenmaal novice zijn, ze dit elke week zullen doen, samen met de andere zusters.”
De jeugdroman ‘Onrustvlinder’ is een spannend verhaal vol politieke intriges vanwege de handel en machtspolitiek van Schotland, Frankrijk en Vlaanderen, maar ook een prachtige vertelling boordevol informatie over het leven van alledag in Brugge
